Print pagina | sitemap
 
 
Actueel
 
Zoeken
 
Contact
Alfa-Beta Solutions b.v.
Mr. B.M. Teldersstraat 5
6842 CT ARNHEM
T: +31 (0)26 - 38 99 555
F: +31 (0)26 - 38 99 559
Neem contact met ons op
 
 
AH eist SSCC voor eind 2011(03/01/2011)

Sander van der Laan (AH)

 

Sander van der Laan was een jaar geleden nog commercieel directeur van Albert Heijn, nu algemeen directeur en vanaf volgend jaar maart COO van Ahold Europa. Je kunt dus beweren ‘dat hij het voor het zeggen heeft’. Die woorden wil hij omzetten in daden. Als het gaat om de supply chain, betekent dat: onnodige kosten eruit en operational excellence erin. Dat doe je door intensiever samen te werken, vindt hij. In het decembernummer van vakblad Ketens wordt Sander van der Laan, tevens co-voorzitter van GS1 Nederland, uitgebreid geïnterviewd. Een beknopte weergave van dat interview vindt u hieronder.

Is er een recept voor succesvolle samenwerking?
“In de eerste plaats moet je elkaars strategie snappen, elkaar begrijpen. Vervolgens is het zaak de juiste mensen aan elkaar te koppelen, qua kennis en beslisniveau. De derde voorwaarde is open, transparante en eenduidige communicatie. Heb je dit op orde, dan kun je werken aan alignment voor de korte en lange termijn.”

Heeft elke speler in de keten daar in dezelfde mate profijt van?
“Er moet voor alle partijen iets te winnen zijn anders is er geen voedingsbodem. Als je kijkt naar het commerciële spel van de marges, dan is er niet altijd sprake van win-win. Soms moeten fabrikanten en retailers wel samenwerken, omdat ze niet om elkaar heen kunnen. Maar als je het hebt over het reduceren van kosten in de keten, dan is dat geen gevoelig onderwerp. Dat wil iedereen.”

Maar 'kosten uit de keten halen' betekent vaak: eerst investeren. En dus: weerstand.
“Daarom is het zaak goed uit te leggen wat de winst is van bijvoorbeeld het SSCC-label (een unieke identificatiecode voor pallets voor meer informatie en efficiency in de keten – RED). Dat is lastig, zeker voor de kleinere bedrijven die de mankracht niet hebben om zich hiermee bezig te houden. Tegelijkertijd geldt dat dit nu eenmaal de license to operate is. Vijftien jaar geleden waren er nog bedrijven die zonder computer konden werken, nu kan dat niet meer. Zo zal het binnen afzienbare termijn ook gaan met het SSCC-label: plak je niet zo'n sticker op je pallets, dan kun je geen zaken meer doen met retailers.”

Maar juist het voordeel van zo'n SSCC-label is voor veel leveranciers onduidelijk.
“Het is zaak de materie te vertalen in simpele, hapklare brokken. Het gaat om standaardisatie van processen, iets wat iedereen winst brengt. Als een fabrikant zegt: ‘ik plak die sticker erop, maar dat doe ik alleen voor de retailers die erom vragen’, werk je met twee procedures en ben je nog verder van huis.”

Waar zit dan de winst voor die leverancier?
“In bijvoorbeeld het terugdringen van de tijd die het kost om een vrachtwagen te lossen. Ik durf te wedden dat de meeste commerciële mensen bij fabrikanten en retailers onvoldoende begrijpen wat de business benefits van dat label zijn. Ik kon het drie jaar geleden ook niet uitleggen. Maar als ik nu mijn mensen vertel dat het dankzij het SSCC-label nog slechts zo'n tien minuten kost om de zending te controleren in plaats van wel veertig, dan gaat bij iedereen een lichtje branden. In de kersttijd stonden de vrachtwagens in de file voor ons DC, dus als elke wagen een half uur sneller weg kan, weet je genoeg.”

Creëer je zo ook ook waarde voor de consument?
"Kostenreductie kun je doorvertalen naar de klant. Bovendien betekent meer effectiviteit in de keten dat de beschikbaarheid op het schap verbetert. Als de keten sneller en efficiënter werkt, kunnen wij meer artikelen per meter kwijt en dus de keuze vergroten. Uiteindelijk heb je het dan ook niet meer over kosten uit de keten halen, maar over toegevoegde waarde bieden aan de consument.”

Maar met het benoemen van de voordelen krijg je nog niet iedereen mee.
“Daarom vind ik dat marktleiders een grotere rol moeten spelen. Van sommige vernieuwingen die GS1 Nederland heeft gebracht, heeft de implementatie veel te lang geduurd. We hebben twintig jaar nodig gehad om de barcode geaccepteerd te krijgen en verplicht te stellen. De invoering van het SSCC-label zal geen twintig jaar kosten, maar het duurt toch nu al veel te lang. Dus 'mee krijgen' betekent dat we vlaggen gaan neerzetten en zeggen: ‘uiterlijk op 1 januari 2011 ga je ermee aan de gang en eind 2011 moet het operationeel zijn, anders kopen we jouw producten niet meer.’ Wachten op de sloomste in de klas werkt niet.”

Hoe reageren fabrikanten daar op?
"We vragen er al jaren om, kennelijk is dat niet genoeg. De meeste fabrikanten doen mee, maar een aantal blijft roepen: ‘eerst maar eens zien wat er gebeurt’. Nou, dit dus: wij accepteren geen leveringen meer van zo'n leverancier op het moment dat die deadline gepasseerd is.”

Hoe komt het dat de urgentie niet voldoende doordringt?
"Twee redenen. In de eerste plaats maken we niet goed duidelijk wat het belang voor iedereen in de keten is; niet alleen van dit palletlabel, maar ook van datakwaliteit en andere concepten waarmee GS1 Nederland bezig is. Als je zegt ‘we gaan kosten uit de keten halen’, dan is dat te generiek. Iedereen is het ermee eens, maar wat precies van joú verwacht wordt en wat dat joú oplevert, is niet altijd duidelijk. We hebben jip-en-janneketaal nodig: dít is het en dát levert het op. De tweede reden is dat 'het onderwerp GS1' onvoldoende serieus genomen wordt en niet altijd op de directietafel ligt, in ieder geval niet in de fast moving- en retail-sector. Het ligt vaak op het bordje van bijvoorbeeld de logistiek manager omdat de directie het ziet als een kostenpost en niet als een strategisch beleidsinstrument.”

Gebrek aan visie?
"Dat de besluitvormers niet inzien dat het bij hen thuishoort, komt omdat velen GS1 Nederland vaak nog steeds zien als technische standaardiserings- en certificeringsorganisatie. Bovendien vinden veel kleinere fabrikanten de materie vaak erg complex. GS1 Nederland zal zich nog duidelijker moeten profileren als de club die de helpende hand biedt om de business benefits te verzilveren, op elk niveau in de keten. We gebruiken vaak ingewikkelde woorden, terwijl we gewoon kunnen zeggen: 'zó breng je de lostijd per vrachtwagen met 75 procent terug.' Al die andere voordelen komen later wel. Zo ging het ook bij de barcode: het begon met het versnellen van het afrekenen bij de kassa, maar inmiddels snapt iedereen dat je daardoor ook bijvoorbeeld data-analyses kunt uitvoeren."

Vergelijkbaar met het verbeteren van de datakwaliteit?
"Dáár wil ik ook graag iets over kwijt. We zijn met z'n allen veel geld aan het verspillen. De brondocumenten met productgegevens zijn internationaal gestandaardiseerd. Dat is prima, want daarmee maken retailers het voor alle leveranciers gemakkelijker om de juiste gegevens aan te leveren. Maar bij het opstellen daarvan worden heel veel fouten gemaakt waardoor alle retailers al die gegevens intern moeten controleren. Het automatisch inlezen van de gegevens in de systemen van retailers is hierdoor nog niet mogelijk, die moeten overgetypt worden. Dat kost tijd, dat kost geld, en het verhoogt de foutkans. Zeventig procent van de documenten waar we mee werken bevat fouten. Erg onbetrouwbaar. Simpel verwoord moeten we naar een situatie toe waarbij de brongegevens zeer zorgvuldig ingevuld worden en we daar volledig op kunnen vertrouwen. Dat is niet alleen nodig voor de logistieke gegevens, maar ook voor commerciële en andere data, zoals prijs en allergenen-informatie.”

Zijn er ook doelen voor de wat langere termijn?
“Een onderwerp waar ik graag mee verder wil is de nieuwe barcode, GS1 DataBar, waarmee we dubbele prijzen kunnen hanteren. Nu prijzen we versproducten op de laatste dag van de code met de hand af, door er een sticker op te plakken: 35% korting. Door een houdbaarheidsdatum te scannen middels deze nieuwe barcode kunnen we die korting / die afprijzing automatisch doorberekenen aan de kassa. Dat scheelt ons heel wat afprijzingsstickers plakken en kassahandelingen. En ook voor de klant is er een voordeel, want die hoeft niet meer zelf te rekenen bij het schap.”

Is voor het implementeren van dit soort nieuwe concepten operational excellence vereist?
“Op het moment dat je een paar standaarden unaniem hebt omarmd en geïmplementeerd in de keten, is het makkelijker om verbeterslagen te implementeren. Dat is het instapniveau. Het is als met apps voor een smartphone: heb je de applicatie gedownload, dan kun je 'm periodiek upgraden met slimmere toepassingen.”

 

BRON: GS1.nl

 
 
 
<< Vorige pagina